R E P E R T O I R E


Akersloter volkslied

Waar de golfjes kabb'len langs het brede Stet,
en de binnenvisser 's avonds fuiken zet,
Waar de witte zeilen dansen op het meer,
en het pontje dobbert eeuwig heen en weer,
daar in 't groen verscholen ligt mijn Akersloot,
stipje op de landkaart maar voor mij zo groot.

Waar de blauwe bussen rijden af en aan,
vol met mannen die naar huis of werk toe gaan,
waar in grote kassen tulp of lelie groeit,
en de blanke kieviet in het weiland stoeit,
tussen boterbloemen traag het melkvee graast,
daar ligt Akersloot, dorpje zonder haast.

Waar de hopen staan van geurig goudgeel hooi,
en de tuintjes pronken met hun bloementooi,
waar een kleine toren naar de hemel wijst,
en de Noordermolen uit de polder rijst,
waar een ieder paartje voor hun toekomst vecht,
daar ligt Akersloot, daar leef ik pas echt.

Waar in koude winters ligt een sprei van sneeuw,
op zijn wijde wieken drijft de zilvermeeuw,
waar op gladde ijzers meel de dorpsjeugd zwiert,
over 't Kerkemeertje dat de polder siert,
heerlijk daar te wonen dorp waar ik van hou,
jou mijn Akersloot blijf ik altijd trouw.